|
Deze belasting bestaat sedert juli 1992.
|
|
De volle eigenaar of, bij gebreke aan een volle eigenaar de erfpachter, de vruchtgebruiker of de houder van een recht van gebruik op 1 januari van het belastingjaar van een bebouwde eigendom of van een gedeelte ervan, gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die niet bestemd is voor bewoning. (art. 3 § 1 c)
.|
|
Sinds het belastingjaar 2002 is het bedrag van de belasting
vastgesteld, per bebouwde eigendom, op 6,36 euro per vierkante meter
vloeroppervlakte boven de eerste 300 vierkante meter, of als het gaat om
oppervlakten die bestemd zijn voor industriële of ambachtelijke activiteiten
boven de eerste 2.500 vierkante meter.
Deze belasting mag een bedrag niet overschrijden dat
overeenstemt met 14 % van het geïndexeerd kadastraal inkomen van de oppervlakte
van de volledige eigendom of een gedeelte ervan, onderworpen aan de belasting.
Het geïndexeerd kadastraal inkomen is het kadastraal
inkomen vermenigvuldigd met de indexcoëfficiënt van het jaar voorafgaand aan
het belastingjaar. Belasting 2002 : index = 1,2857 ; belasting 2003 :
index = 1,3175.
Voor de vaststelling van de in § 1 hierboven bedoelde oppervlakten, dienen verstaan de oppervlakten van de vloeren gemeten zonder aftrek van de oppervlakten van de binnenmuren en doorgangen; die oppervlakten worden beperkt tot het vlakke deel van de gevelmuren en het midden van de gemeenschappelijke muren (art 8, § 2).
|
|
De belasting is niet verschuldigd voor de gebouwen of
gedeelten ervan :
1.
die dienen voor de onderwijsinstellingen georganiseerd of
betoelaagd door de overheid;
2.
die dienen voor erediensten of betrokken worden door
religieuze gemeenschappen waarvan de godsdienst als zodanig door de Staat erkend
is, of dienen als vrijzinnige huizen;
3.
die dienen voor ziekenhuizen, klinieken, dispensaria,
weldadigheidsinstellingen en activiteiten van sociale hulp en gezondheidszorg,
bestuurd door personen betoelaagd of erkend door de overheid voor zover zij hun
activiteit zonder winstoogmerk uitoefenen;
4.
die dienen voor culturele of sportieve activiteiten, betoelaagd of erkend
door de overheid, voor zover deze activiteit zonder winstoogmerk uitgeoefend
wordt;
5.
die dienen voor openbare of privé-inrichtingen zonder winstoogmerk, die
tot doel hebben, ofwel een gemeenschappelijke huisvesting te verlenen aan wezen,
bejaarden, gehandicapte personen of jongeren, ofwel kinderoppas te organiseren
en erkend zijn door “Kind en Gezin” of l’Office de la Naissance et de l’Enfance”.
|
|
Het Gewest zendt de belastingplichtigen jaarlijks een aangifteformulier waarvan het model door de Regering vastgesteld wordt. Dit formulier dient, binnen dertig dagen na verzending, behoorlijk ingevuld en ondertekend teruggezonden te worden.
De belastingplichtigen die op de 1e oktober van elk jaar nog geen aangifteformulier ontvangen hebben, dienen er zelf een aan te vragen.
In geval van vergissingen of onvolledigheden in de aangifte van de belastingplichtige, gaat de administratie over tot de rechtzetting van de aangifte; de gemotiveerde rechtzetting wordt aan de belastingplichtige betekend binnen een termijn van acht maanden na de ontvangst van de aangifte.
De belasting wordt geheven via
kohier.
De kohieren worden door de
ambtenaar die daartoe door de Regering wordt aangewezen, uitvoerbaar verklaard,
uiterlijk op 30 september volgend op het belastingjaar waarop zij betrekking
hebben.
In geval van ambtshalve heffing
(zie hier onder), worden de kohieren uitvoerbaar verklaard, uiterlijk op 30
september van het derde jaar volgend op het belastingjaar waarop zij betrekking
hebben.
Het aanslagbiljet wordt, op
straffe van verval, binnen zes maanden na de uitvoerbaarverklaring aan de
belastingplichtige betekend.
Wanneer de belastingplichtige
zijn aangifte niet binnen de termijnen heeft ingediend, of de verplichtingen hem
opgelegd door deze ordonnantie niet heeft nageleefd, gaat de administratie
ambtshalve over tot de heffing van de door de belastingplichtige verschuldigde
belasting op grond van de elementen waarover ze beschikt.
Alvorens over te gaan tot deze
ambtshalve heffing, stelt de administratie de belastingplichtige, bij
aangetekende brief, in kennis van de motieven van de ambtshalve heffing en de
elementen op basis waarvan de belasting zal worden geheven.
Binnen de maand volgend op de toezending van deze kennisgeving, kan de belastingplichtige zijn schriftelijke opmerkingen overmaken; de belasting mag niet worden geheven vooraleer deze termijn is verstreken.
|
|
Deze belasting
werd ingevoerd door de ordonnantie van 23 juli 1992 (B.S., 1 augustus 1992, p.
17.330).
Sindsdien werd
ze gewijzigd door de ordonnanties van :
-
17 juli 1997 tot wijziging van de procedure van het onderzoek, de inning en de
vervolgingen inzake gewestelijke autonome fiscaliteit (B.S., 10 september 1997,
p. 23.424),
-
20 mei 1998 tot wijziging van de ordonnantie van 23 juli 1992 betreffende
de gewestbelasting ten laste van bezetters van bebouwde eigendommen en houders
van een zakelijk recht op sommige onroerende goederen (B.S.,
12 augustus 1998, p. 25.829),
-
21 februari 2002 tot hervorming van de gewestelijke belastingen (B.S., 13
maart 2002, p.10.568).
Ze werd eveneens gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 december 2001 tot invoering van de euro in de ordonnanties en de uitvoeringsbesluiten inzake Financiën (B.S., 26 januari 2002, p. 7.368).
U kan een kopie van deze teksten aanvragen bij de dienst Belastingen en ontvangsten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hetzij schriftelijk (Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, BP 109, 1210 Brussel), hetzij per fax (02-204.26.31) hetzij per mail (afb.fisc@mbhg.irisnet.be).|
|
De belasting
moet ten laatste twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet betaald
worden.
In geval van
niet-betaling wordt een herinneringsbrief verstuurd, met een verhoging van de
belasting gelijk aan 20% van het ontdoken of te
laat betaalde belastingbedrag.
In geval van
niet-betaling binnen dertig dagen, te rekenen van de verzending van deze
herinneringsbrief, wordt een tweede herinneringsbrief bij aangetekend schrijven
verstuurd, met een verhoging gelijk aan 50% van het ontdoken of te laat betaalde belastingbedrag.
Daarenboven, indien de belasting niet binnen de voorziene
termijnen wordt betaald, is van rechtswege een intrest eisbaar; deze wordt
maandelijks berekend, aan het tarief van 0,8 %, op het totaal van de
verschuldigde belastingen en verhogingen (het bedrag wordt afgerond naar het
lagere veelvoud van 25 EUR en ieder gedeelte van de maand wordt voor een
volledige maand gerekend. De intrest wordt enkel gevorderd indien zij minimum
2,50 EUR bedraagt).
In geval van niet-betaling van de belasting, de intresten
en toebehoren, vaardigt de administratie een dwangbevel uit, dat bij
gerechtsdeurwaardersexploot betekend wordt.
Na deze betekening kan de ambtenaar belast met de inning van de belasting, bij gerechtsdeurwaardersexploot, uitvoerend beslag onder derden laten leggen, op de sommen en goederen verschuldigd aan de belastingplichtige. Het derdenbeslag wordt eveneens aan de belastingplichtige ter kennis gebracht bij gerechtsdeurwaardersexploot.
|
|
Het geld dat geïnd wordt in het kader van de verschillende
gewestelijke belastingen wordt toegevoegd aan de andere ontvangsten van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die in totaal 1,9 miljard euro bedragen. Al deze
ontvangsten zijn bestemd om alle diensten te financieren die het Gewest levert :
|
Types van uitgaven |
% |
|
|
1 |
Openbare werken en vervoer (MIVB, ) |
27 |
|
2 |
Steun aan de gemeenten |
15 |
|
3 |
Schuld (terugbetaling van leningen, ) |
10 |
|
4 |
Milieu, huisvuilophaling, brandbestrijding, dienst 100 |
10 |
|
5 |
Overdracht Gemeenschapscommissies |
10 |
|
6 |
Tewerkstelling (BGDA, ) |
9 |
|
7 |
Administratie, Kabinetten, Gewestraad |
9 |
|
8 |
Huisvesting (renovatiepremies, ) |
4 |
|
9 |
Economie |
3 |
|
10 |
Stedenbouw |
3 |
|
11 |
Andere |
1 |
|
Totaal |
100 |
|